Onze Hond, september 1998
allen pdf
Tekst: Roja Stoppelenburg
Afbeeldingen: B&S FlatcoatGraphics
Misschien heeft u wel eens getwijfeld als u een elegante, mooi glanzende zwarte hond in het park zag lopen. Was dat nu een te dunne en te grote Labrador Retriever met een beetje verkeerde vacht, of een zwart kind van een ondeugende Golden en een zwarte Labrador?
Hoewel deze mogelijkheden natuurlijk niet geheel zijn uit te sluiten, is het toch het meest waarschijnlijke, dat de zwarte hond een Flatcoated Retriever was. Dit mooie, elegante en snel ogende ras is weliswaar familie van de bekendere retrievers, maar in uiterlijk en innerlijk verschilt hij toch heel veel van hen.
Een pdf kun je lezen met speciale,
gratis,software: Adobe Reader
download >>
Het oudste Retriever ras is de Curlycoated; het op een na oudste de Flatcoated. Daarna volgden de Labrador Retriever en de Golden Retriever die mogelijkerwijs een nog sterkere invloed van de geïmporteerde honden hebben ondervonden. In het noorden van Amerika ontstond de Chesapeake Bay Retriever en in Canada de Nova Scotia Duck Tolling Retriever, welke laatste in 1982 werd erkend door de Féderation Cynologique Internationale (F.C.l.), de internationaal overkoepelende kynologische federatie.
De letterlijke vertaling van 'Retriever' is zoiets als 'terugbrengen'. De honden die tot het groepje retrievers behoren zijn dan ook min of meer specialisten in het zoeken en apporteren van geschoten wild. Toen de jacht met de valk en het net werd vervangen door de jacht met het
efficiëntere geweer, nam de vraag van de landheren naar goed apporterende honden toe. Door kruisingen met honden uit Newfoundland werden plaatselijke jachthonden 'omgebouwd' tot Retriever.
Al deze rassen, maar vooral de retrievers die zijn ontstaan in Engeland, hebben geschiedenissen die in elkaar grijpen. Ze zijn vaak meer dan een beetje aan elkaar verwant en hebben een aantal gelijke eigenschappen. De verschillen tussen de rassen zijn meestal terug te voeren op de inzichten van bepaalde fokkers uit de begin-periode. Bij een beschrijving van de Engelse retrieverrassen ontkomt men, door de grote onderlinge verhevenheid, niet aan een vergelijking tussen deze rassen.
Wolven kunnen alles wat wij van het verzamelde hondenbestand verlangen. Zij zoeken, drijven, vangen, doden, dragen het wild naar de jongen (apporteren), waken, verdedigen en vechten. Uit de wolven zijn de diverse rassen ontstaan en daarmee deed de specialisatie zijn intrede. Misschien met uitzondering
van de zogenaamde 'oertypen' (waaronder de zeer oude min of meer oosterse halfwindhonden vallen, die vaak verwant zijn aan de plaatselijke wilde honden) zijn alle rassen inmiddels doelbewust gefokt voor een bepaald soort werk.
Oké, ze kunnen al die andere dingen misschien ook nog wel (denk onder andere aan de Duitse Staande Honden en de meeste herdershondenrassen), maar ze hebben één taak waarin ze gewoonlijk uitblinken. Hoe jonger het ras, hoe omlijnder en beperkter die taak veelal is.
Van de retrieverrassen wekt de Flatcoated het sterkst de indruk van snelheid. Zijn hoofd is vrij smal en de stop (de overgang van neusrug naar voorhoofd) ontbreekt nagenoeg, wat hem een gestroomlijnd profiel bezorgt. Het lichaam van de Flatcoated is van boven gezien minder breed dan dat van de Golden, al moeten zijn middelste ribben goed gerond zijn. Het brede en tonvormige van de Labrador is hem volstrekt vreemd.
Bij sommige rassen is een aantal van de 'oereigenschappen' helemaal verdwenen. De zogenaamde zachte mond '(het nooit beschadigen, laat staan doodbijten van wild) van de retrievers is duidelijk zo'n afwijking van de 'oeraanleg’, want hoe moet je zo ooit aan vers eten voor jezelf komen...
Zijn 'racy' uiterlijk dankt de Flatcoated vooral aan zijn Setter voorouders en aan de Border Collies (meer waarschijnlijk de Working Sheepdogs).
Bij de meeste retrieverrassen zijn de vermogens tot vechten, waken, verdedigen en het drijven, vangen en doden van wild op de achtergrond geraakt. Ze zijn echter wel goed in het markeren (onthouden) van de valplaats, van geschoten wild en het zoeken van 'lopers', dat wil zeggen wild dat ziek' is geschoten (ziek is een jagersuitdrukking voor gewond).
De aard van de Flatcoated past bij zijn uiterlijk en is gericht op actie, snelheid en afwisseling. Het door en door rustige en stabiele, dat de andere (meer) moderne Retrievers wel over zich kunnen hebben, mist hij.
De Flatcoated heeft nog steeds een bredere aanleg; hij kan zoeken, drijven, voorstaan en is soms waaks en zelfs verdedigend ingesteld. In de periode van opbouw van het ras waren er Flatcoateds die 'hard in de mond' waren, maar deze, voor jagers ongewenste eigenschap, is inmiddels uit het ras verdwenen.
Nu zijn, over de gehele kynologie genomen, de jongste rassen over het algemeen gespecialiseerder dan de oudere rassen. De moderne maatschappij lijkt (of is het inmiddels 'leek'?) meer te vragen naar experts dan naar allrounders.
De Flatcoated kan voor dit werk worden getraind, maar ook kan hij niet een daarop gerichte training worden gebruikt om (niet geschoten) wild op te zoeken. Het voorstaan (dat wil zeggen het wild aan te wijzen door in een bepaalde houding te verstarren), het op te jagen zodat het opvliegt of weg rent (drijven), zijn jachtpraktijken die een Flatcoated in principe allemaal kan leren naast het echte apporteerwerk. Met wat aanmoediging is het zelfs mogelijk hem te leren waken.
De Flatcoated is weliswaar een Retriever, maar bij de beschrijving van het algemeen beeld wordt vermeld dat hij in ruime mate is bedeeld met de natuurlijke aanleg tot jachthond. In het Engels staat hier 'gundog’ en de gundog-groep omvat alle honden die onder het geweer jagen, zoals de Staande Jachthonden, de Drijfhonden en de Retrievers. De Flatcoated wordt dus min of meer gezien als een allround jachthond; dit in tegenstelling tot de Labrador en Golden die eigenlijk uitsluitend apporteerhond zijn.
Wat verdedigen betreft weetje maar nooit wat een hond doet. Mijn uitgesproken allemansvriend Golden reu, van het type, 'beste inbreker zal ik even wijzen waar je moet zijn', bleek toen het er op aankwam een feilloos gevoel voor gevaar te hebben. Hij vloerde de betreffende meer dan onaangename man en nagelde hem met ontbloot gebit aan de grond!
De Retriever wordt gebruikt voor het werk na het schot. Tijdens het schieten zit de Retriever rustig naast 'het geweer' (jachtterm voor de man met het geweer) en pas op het bevel van zijn baas gaat hij het geschoten wild halen of zoeken. Tijdens het schieten let de hond op, steeds rustig en gewoonlijk onaangelijnd naast' het geweer 'zittend, en onthoudt hij waar het wild neer komt.
De Flatcoated is geen zwarte Golden, of harige Labrador, zoals sommige mensen wel eens denken. Het idee dat retrievers op kleur en haar na wel één pot nat zouden zijn, is beslist niet waar. De temperamentvolle Flatcoated heeft veel beweging nodig. Hij is levendig, enthousiast en ondernemend, en hij vraagt veel inzet van zijn baas. Met een puppycursus en driemaal daags een blokje om ben je er niet met een Flatcoated! Er zal gelopen en getraind moeten worden en de baas zal steeds bedacht moeten zijn op ontduikingen van de gestelde gehoorzaamheidsnormen.
Op de leeftijd van een jaar of drie tot vier is de Flatcoated als het goed is een prettige, lieve, gehoorzame en werklustige hond. Als het niet goed gaat, is hij een drukke, zenuwachtige en onge-hoorzame hond die dan meestal de goodwill van zijn mensen heeft verspeeld. De schuld van de hond is dat natuurlijk niet. Het zijn de mensen die zich niet goed hebben laten voorlichten en die zich niet hebben gerealiseerd dat een Flatcoated veel beweging en begeleiding nodig heeft om uit te groeien tot een fijne kameraad.
Doordat de Flatcoated zo veelzijdig is mist hij, zeker in zijn jeugd, de rust van de andere retrievers. Er is zoveel dat hem nieuwsgierig maakt en prikkelt. Hij wil actief zijn en van alles ondernemen en onderzoeken. Dit heeft consequenties voor zijn eigenaar. De Flatcoated moet een gedegen opvoeding krijgen om hem in goede banen te leiden. Met strakke, maar zachte hand behoort de jonge Flatcoated te leren wat wel en niet is gewenst.
De Flatcoated heeft in onze tijd nooit de populari-teit van de Golden en de Labrador kunnen evenaren. Voor het ras is dit wel zo gunstig, omdat de Flatcoated nu eenmaal veel meer van zijn mensen vraagt op het gebied van beweging, actie en consequent-heid.
Alle honden moeten 'rechtlijnig’ worden opgevoed, maar de een heeft een dergelijke begeleiding harder en langer nodig dan de ander. De Flatcoated behoort tot het soort dat lang onvolwassen
blijft en dat door een rustige, consequente opvoeding
zelfvertrouwen moet krijgen. De meeste honden zijn
op de leeftijd van anderhalf jaar al aardig
‘fatsoenlijk’.
De Flatcoated kan zich echter op die leeftijd nog
puppyachtig gedragen. Hij is slim, en hij weet best
wel wat er van hem wordt verwacht, maar hij kan
de diverse verleidingen nog niet weerstaan. Het is
zo leuk om door te rennen als je wordt geroepen, en
waarom zou je steeds die dummy terugbrengen als je
er leuk mee kunt spelen!
Toen men begon met het 'mengen' van plaatselijke hondensoorten, om zo een hond te krijgen die geschikt zou zijn voor de veranderde jachtpraktijk, had men keuze uit: Setters, Spaniels, Waterhonden, Lopende Honden en Sheepdogs. De eerste kruising die men toepaste was waarschijnlijk Setter x Sheepdog.
Het resultaat was een snelle hond met een goede neus (Setter), en een grote intelligentie, apporteerlust en gezeglijkheid (Sheepdog). De Setters die men gebruikte, waren waarschijnlijk de zwarte Ierse Setter (beschreven door Edward Ash), de Gordon Setter, en de zwarte Setter uit Wales (Edward Laverack, 1872).
Daarbij komt nog zijn aanleg en enthousiaste temperament die hem tot allerlei probeersels uitnodigen. De jonge Flatcoated kan net zo goed als de Golden en de Labrador leren wat er van hem wordt verwacht, maar hij zal wat hij heeft geleerd niet altijd uitvoeren. Als hij zijn dag heeft, kan hij op een apporteerproef briljant apporteerwerk laten zien, maar heeft hij zijn zinnen op andere dingen gezet, dan laat hij het ooit helemaal afweten.
Ik kan me voorstellen dat deze honden, gezien hun afstamming, niet zo van waterwerk hielden. De latere kruising van de uit Newfoundland geïmporteerde,
De andere retrievers zijn in hun jeugd, maar ook later over het algemeen veel gelijkmatiger in hun prestaties. De Flatcoated heeft meestal nog ruim een jaar meer
waterminnende en zeer goed apporterende honden met de Setterkruising zal dan ook een goede invloed hebben gehad. De honden uit Newfoundland, meestal de zogenaamde (Lesser) Newfoundlanders, werden beschreven als goede zwemmers en apporteurs, groot, zwart en zwaar.
De jachtopzieners ontdekten dit soort en waren er zeer over te spreken, vooral omdat de honden door hun zwarte kleur, flinke maat en karakter(!) stropers afschrikten. Toch waren er jachtopzieners die een wat snellere en minder zwaar gebouwde hond prefereerden. Door de Setter/sheepdog honden te kruisen met de geïmporteerde honden ontstonden de voorouders van de Flatcoated Retrievers.
nodig om een enigszins verge-lijkbare mate van betrouwbaarheid in zijn werk te krijgen.
De kleur van de honden was gewoonlijk zwart. Al kwamen er wel een paar leverkleurige honden voor. Uit de zwarte honden werden wel eens gele en leverkleurige geboren, maar deze werden als niet gewenst beschouwd en gedood. Enkele van die gele Wavycoateds (tot 1913 ingeschreven onder deze naam) hebben veel betekend voor de totstandkoming van de Golden Retriever.
Het resultaat van die laatste combinatie was een vrij zware, zwarte, Wavycoated, op een kleine Newfoundlander lijkende hond. Sommige fokkers waren tevreden met het resultaat (forse hond, prima waterwerk).
De verschillende types zijn door de oplettende toeschouwer nog lang binnen het ras te herkennen geweest. Toch waren er aan het eind van de vorige eeuw mensen die eenheid in de Wavycoated probeerden te krijgen. Het was mr. Sewallis Shirley die er eindelijk als eerste in slaagde een uniform type Wavycoated te krijgen. Het 'Shirleytype' werd in 1889 als volgt beschreven: 'De indruk is die van een kleine Newfoundland hond, zeer sterk verfijnd, met een langer hoofd en een minder brede schedel. De vacht is niet zo zwaar, maar gladder en glanzender als die van een waterhond'.
Andere selecteerden (en kruisten) richting Sheepdog (vlakke vacht, strakke lippen), weer andere richting Setter (snelheid). Ieder type had zo zijn eigen aanhangers en van eenheid binnen het ‘ras', toen nog Wavycoated Retriever genaamd, was geen sprake.
Tussen 1859 en 1874 werden door de Engelse Kennel Club 210 retrievers geregistreerd: 47 Curlycoated en 162 Wavycoated; slechts één hond werd omschreven als Flatcoated.
De Wavycoated Retriever had een gegolfde vacht die vrij veel water en vuil vasthield. De liefhebbers van het ras gingen er dan ook toe over om de vacht praktischer, dus gladder en meer aanliggend te fokken. Dit gebeurde door selectie,
maar waarschijnlijk ook wel door het opnieuw toepassen van Sheepdog kruisingen (zowel met langhaar als korthaar (werkende) Collies).
Het vlakke haar verdrong de gegolfde vacht en men ging steeds vaker spreken over Flatcoated Retriever. De naam Wavycoated verdween met de betreffende vachtsoort.
Een nevenresultaat was daarbij de verfijning van het hoofd. Men neemt aan, dat vooraanstaande fokkers zoals mr. Shirley geen verdere Setterkruisingen heeft toegepast.
Zoals ieder ras kent ook de Flatcoated een aantal mensen en honden die van groot belang zijn geweest. Mr. Shirley legde het goede type vast; mr. Cook fokte, showde en werkte zestig jaar lang met zijn 'Riverside' Flatcoateds en hij behaalde maar liefst 3600 prijzen op shows en 60 op Field Trials. Ch. 'Darenth' was een bekende reu uit de beginperiode van het ras; ook de Ch. 'Wimpole Peter' en Ch. 'Black Drake' hadden vrij veel invloed en er waren natuurlijk de diverse 'Riverside' honden met hun voortreffelijke kwaliteiten.
Voor de opkomst van de Labrador was het de Flatcoated die de jachtvelden domineerde (althans wat apporteerwerk betreft). Voor dat werk was hij gefokt en daar moest hij zijn kost mee verdienen. Het ras presteerde goed en er behaalden honden prijzen op Field Trials (werkwedstrijden, in dit geval voor retrievers). Het ras kreeg zijn werkkampioenen (Ft.Ch.) en ook nu zijn er Flatcoateds die uitmuntend presteren in het veld.
Na de Eerste Wereldoorlog nam de populariteit van het ras sterk toe. In 1924 werden 438 Flatcoateds in het Engelse stamboek opgenomen. Al spoedig begon echter het aantal inschrijvingen terug te lopen, en in 1938 werden er nog maar 110 bij de Engelse Kennel Club ingeschreven. In de jaren daarop zou het nog slechter gaan...
Voor het begin van de Tweede Wereldoorlog waren er eigenlijk nog maar drie belangrijke kennels: 'Riverside', 'Atherbram' (mr. W.J. Phizacklea) en de kennel van mr. A.E. Southam, die alle namen van door hem gefokte honden met een 'Sp' liet beginnen. Dual-purpose honden als Ch. 'Specialist', evenals zijn zoon Ft.Ch. 'Windle Popular' en een aantal van diens nakomelingen, zouden er met ‘Atherbram' en 'Windle’ honden voor zorgen dat het ras de Tweede Wereldoorlog doorkwam.
Sommige kennels hebben zich gespecialiseerd in werkhonden of dualpurpose honden. Dat laatste wil zeggen, dat men er naar streeft om honden te fokken die én goede prestaties in het werk (de jacht) leveren én succesvolle showhonden zijn. Een Retriever die in Engeland de titel 'Champion' (Ch.) behaalt, heeft de nodige CC's (Champion Certificats) behaald en daarna een aanlegtest doorstaan die aantoont dat de hond over de juiste werkeigenschappen beschikt. Honden die tot de werkhondenrassen behoren en alleen het vereiste aantal CC's op shows hebben behaald, krijgen de titel 'Show Champion' (Sh.Ch.).
Al vrij vroeg na het ontstaan kwam men er achter, dat de Flatcoated door zijn vriendelijkheid en enthousiasme een prettige huishond was. Dit zorgde voor een aantal liefhebbers die wel in shows, maar niet, of in mindere mate, in de jachtpraktijk waren geïnteresseerd.
Vlak voor de Tweede Wereldoorlog waren er enkele nieuwe fokkers die vonden dat de snuit nog langer en fijner moest worden, opdat de Flatcoated met groter gemak een haas kon dragen. Men bracht deze verlenging tot stand door kruising met de Barzoi (!). Het resultaat was ronduit slecht en zorgde voor een sterke daling in populariteit. De opkomst van de Labrador en, in mindere mate, de Golden bracht het ras eveneens een slag toe.
Deze rassen, en dan vooral de Labrador is zacht, stabiel, gemakkelijk te trainen en snel 'volwassen'. In het veld werd de leidende rol van de Flatcoated dan ook voor eens en altijd door de Labrador overgenomen.
Na de oorlog was het ras eigenlijk al weer snel op een behoorlijk peil door de goede zorgen van enkele vooruitziende fokkers. Tegenwoordig is het in Engeland een populair ras, dat op de Crufts Dog Show van dit jaar met 359 ingeschreven honden op de derde plaats (na de Golden en Labrador, maar voor de Ierse Setter en de Cocker Spaniel) van de Gundog groep stond. Het was een mooie dag voor de Flatcoateds toen in 1980 Ch. 'Shargleam Black Cap' de Supreme Champion van Crufts werd!
De leverkleur zal wel vanaf het begin in het ras zijn voorgekomen. We kennen deze kleur immers ook bij de Newfoundlander. de Curly en de Labrador. In het begin was het waarschijnlijk een ongewenste kleur en werden de pups afgemaakt of weggegeven. Pas in 1900 kwam de eerste officiële vermelding van de leverkleur bij de Wavycoated toen de teef 'Rust' van jachtopziener J.H. Abbott de officiële trials van dat jaar won.
Het zou nog jaren duren voordat de kleur wat meer in de belangstelling kwam en er zuivere lijnen zouden worden opgebouwd. De eerste leverkleurige Kampioen was de in 1947 geboren Ch. 'Roland Tann'. De leverkleur is fokzuiver en vererft recessief ten opzichte van zwart. Uit twee zwarte honden kunnen leverkleurige pups worden geboren als beide ouders de erfelijke aanleg voor leverkleur bij zich dragen. In Engeland zijn er dual-purpose kennels die zich in deze kleur hebben gespecialiseerd.
Fokkers van zwarte Flatcoateds zijn soms niet blij als zij ontdekken, dat hun honden leverkleur in hun erfelijk materiaal hebben. Zij beweren dat daardoor het zwart van hun honden doffer wordt, dat het de kraag soms een bruine gloed heeft en dat het de ogen lichter kleurt. Overigens is de leverkleur officieel erkend en zijn er ook in onze landen prima Flatcoateds van die kleur.
Wij hebben in onze streken mooie Flatcoated Retrievers
Ik ken Flatcoateds die het goed doen op de behendigheid en als reddingshond, en uiteraard zijn er de nodige die met overgave de flyballsport beoefenen. Het leuke van de veelzijdigheid van de Flatcoated is, dat men allerlei moderne vormen van 'hondensport' met een redelijke mate van succes met hem kan doen.
die vaak, al of niet direct, af stammen van Engelse 'importen’. Nadat het ras een poosje te gast was bij de Golden Retriever Club heeft het nu al weer jaren een eigen rasvereniging om zijn belangen te behartigen.
De Flatcoated is over het algemeen een lieve, vriendelijke kind- en dierminnende hond die vlug van begrip is en graag nieuwe dingen leert. Eventuele zenuwachtigheid, zich al of niet uitend in 'gepiep' en' gejodel', moet op een rustige maar duidelijke manier worden onderdrukt.
De meeste Flatcoated Retrievers worden op de eerste plaats gehouden als huishond. Daarnaast traint men alleen of in groepsverband voor de apporteerproeven van de Koninklijke Nederlandse Jagers Vereniging (KNJV), of oefent men voor het G & G (Gedrag en Gehoorzaamheid).
De aard van de teef geeft een aardige aanwijzing over de karakters van de pups. Een vriendelijke moeder Flatcoated die u op een gepaste, maar niet overenthousiaste wijze tegemoet komt, en die op een rustige manier met haar kinderen omgaat, geeft het goede voorbeeld aan haar spruiten.
De kans is groot dat zulke pups, als ze tenminste goed worden begeleid, zullen uitgroeien tot fijne honden.
Het is verstandig om, voordat men tot de koop van een pup overgaat, te controleren of de ouders de nodige onderzoeken op erfelijke afwijkingen hebben ondergaan.
Bij het secretariaat van de rasvereniging kunt u inlichtingen opvragen over de stand van zaken op het gebied van de gezondheid van het ras. De Flatcoated is redelijk gezond, maar dat betekent tegenwoordig niet dat het ras vrij is van afwijkingen.
Helaas lijkt de lijst van erfelijke aandoeningen die in een ras (ieder ras) voorkomen met het jaar te groeien.
Zo, dat was een fijne, flinke kluif. Eh, ik bedoel leesvoer.
Weet je nu van alles over ons? Welnee, er is nog veel meer te lezen en te bekijken.
Een aanrader is onze rasstandaard. Rol daar met je muis over mij heen, dan zie je meteen alle informatie.
Wil je weten welke boeken wij in huis hebben over Flats?
En meteen ontdekken of er nog meer boeken zijn?
Snuffel dan door naar Flatologie
Uit wat voor nest kom jij eigenlijk? Zit het in je bloed of ben jij het zwarte flatje in de familie?
Vind het snel in vele, overzichtelijke honden”databases”.